
De panden die ter gelegenheid van Monumento Habrí 2007 worden opengesteld, liggen merendeels op de landengte die destijds Willemstad met de rest van het eiland verbond. In de 18de en 19de eeuw is hier Pietermaai Smal ontstaan. Het gebied waar huizen opengesteld zijn, loopt van de Theaterstraat tot en met het Johan van Walbeeckplein.
to top
De naam Pietermaai
Pietermaai is in de late 17de eeuw ontstaan in het gebied ten oosten van het Fort Amsterdam en De Willemstad, zoals Punda toen genoemd werd. De wijk ontleent zijn naam aan de scheepskapitein Pieter de Meij. Die had zich rond 1674 vanuit Brazilië op Curaçao gevestigd. Hij bezat een plantage bij het huidige Julianaplein, genaamd ‘Zeelucht’. In 1680 veilde de West Indische Compagnie een terrein in die buurt, waarvan vermeld wordt dat het bij Altena lag en ook ‘Pieter de Meij’ genoemd werd. Deze grond werd gekocht door Nicolaas van Liebergen, toen directeur van de WIC op Curaçao. Hij liet er voor zichzelf drie huizen bouwen door slaven en met bouwmateriaal van de Compagnie. Zijn opvolger directeur J. van Erpecum vond deze handelwijze zeer laakbaar en stelde de Kamer Amsterdam op de hoogte.


Van ‘Steenen Padt’ tot Pietermaaiweg en Kaya Wilson ‘Papa’ Godett
Over deze landengte ontstond een weg met de naam het ‘Steenen Padt’. Dit pad verbond het Fort met de Caracasbaai. De naam werd reeds in 1673 gebruikt door Jan Doncker (1673-1679 directeur WIC op Curaçao) in zijn verslag van de aanval op het eiland door de Fransen in dat jaar. Hij schreef onder meer dat ‘alsoo den vijandt aen Altena en op het Steenen Padt al marcheerde en herwaerts naderende gesien wierde’. Het pad kreeg ook andere namen zoals de weg of gemene weg naar Altena, of de weg naar de Gouvernements Buitenplaats (nu het oudste deel van Hotel Avila). In oude transportakten werd over de huizen op Pietermaai geschreven dat ze buiten de ‘Steenen Padspoort’ lagen aan de gemene weg naar Altena. Deze poort lag aan de zuidoostzijde van de ommuurde stad bij het begin van de huidige Breedestraat, waar de weg naar Pietermaai begon. De bebouwing begon op ongeveer vijfhonderd meter van de stad, zodat men een vrij schootsveld behield.
In de late 17de en vroege 18de eeuw raakte de ruimte binnen de stadsmuren volgebouwd. Er zijn tekeningen van plannen (midden 18de eeuw) bewaard gebleven om de stad richting Pietermaai uit te breiden met een ommuurd gedeelte. Deze plannen zijn niet uitgevoerd. De bebouwing op Pietermaai nam geleidelijk aan toe. De overheid had haar bedenkingen tegen het bouwen buiten de beschutting van de stadsmuren. Daarom liet men in 1753 een verordening uitgaan waarin het verboden werd nog meer huizen te bouwen of bestaande huizen te vergroten in Otrobanda, op Scharloo of op Pietermaai.
Na de bezetting door de Engelsen in de vroege 19de eeuw, besloot men de verdediging van het eiland te versterken. Er zou een nieuwe verdedigingslinie komen vanaf de Sint Annabaai langs de kust (het Waterfort) en vanaf het huidige Marichi tot aan het Waaigat. Wegens geldgebrek werden de plannen slechts gedeeltelijk uitgevoerd.
Aangezien daarnaast in de 19de eeuw het inzicht veld won dat ouderwetse vestingwerken niet langer bescherming konden bieden tegen vijandelijke aanvallen, ging men er in de tweede helft van de eeuw toe over de stadsmuren te slopen. Daartoe kreeg een groep Joodse kooplieden een concessie van de koloniale overheid. Met het vrijgekomen puin moest men een deel van het Waaigat dempen. Er werden ten noorden en ten oosten van de stad nieuwe bouwterreinen gewonnen, die doorliepen tot aan het huidige Julianaplein. De gronden werden geleidelijk aan bebouwd. Zo ontstond ook de bebouwing met grote villa’s tussen de stad en het oudere deel van Pietermaai. Het duurde wat langer voor men ook ten noorden van Pietermaai ging bouwen. Laat 19de eeuwse foto’s tonen een nog goeddeels onbebouwde drooggelegde vlakte. Daar werd de Nieuwestraat aangelegd, maar op de kaart van Werbata uit 1906-1909 is te zien dat de terreinen ten noorden daarvan toen nog niet bebouwd waren.
Een aantal jaren geleden werd de naam van een deel van de Pietermaaiweg gewijzigd in Kaya Wilson ‘Papa’ Godett, ter herinnering aan de man die een belangrijke rol gespeeld heeft in de gebeurtenissen rond 30 mei 1969. Het kantoor van zijn vakbond de Algemene Haven Unie was van 1972 tot 1991 gevestigd aan de Pietermaaiweg 35. Godett is bovendien één van de oprichters geweest van de politieke partij ‘Frente Obrero i Liberashon 30 di mei’. Naast deze nieuwe naam zijn de namen Pietermaai en Pietermaaiweg in gebruik gebleven.
Johan van Walbeeckplein
Op enkele 18de en 19de eeuwse kaarten is te zien hoe de bebouwing van de noordzijde van de Pietermaaiweg loopt tot het huidige Johan van Walbeeckplein. Voorheen was ten noorden van het plein een landtong in het Waaigat. Hierop ontstond de eerste bebouwing aan de noordzijde van wat later het Johan van Walbeeckplein zou worden. Tussen de bebouwing ontstond een plein met een ongewone vorm: een driehoek met aan de westzijde een korte basis en twee relatief lange zijden. Dit plein werd aanvankelijk het Damplein genoemd. Naar alle waarschijnlijkheid is die naam ontleend aan de dam die volgens 18de eeuwse kaarten door het oostelijk deel van het Waaigat naar Scharloo liep. Ook de Damsteeg die van het plein naar de Ansinghstraat liep, zal zijn naam aan deze dam te danken hebben. In de loop van de 20ste eeuw werd de naam Damplein gewijzigd in Johan van Walbeeckplein. Onder leiding van Johan van Walbeeck werd Curaçao in 1634 in bezit genomen.
Patrouillepaden
Omdat militairen in geval van een aanval op het oostelijk deel van het eiland, snel in actie moesten kunnen komen, waren er vroeger patrouillepaden langs de zee en het Waaigat. Het pad aan de kant van het Waaigat is verdwenen met de aanleg van de Nieuwestraat, terwijl het patrouillepad langs de zee daar voor de Tweede Wereldoorlog nog lag, zoals blijkt uit de beschrijving van Visman over zijn jeugd op Curaçao. Het was in die tijd een geliefd pad voor hem, waarlangs hij de afstand van zijn ouderlijk huis aan de Penstraat naar de Hendrikschool wandelde. Het pad langs de kust is door de voortdurende golfslag steeds verder weggeslagen. Ook de Penstraat staat op oude kaarten als Patrouillepad aangegeven.
to top
Bebouwing van Pietermaai
Wanneer men nu vanuit de stad langs de Pietermaaiweg wandelt, valt het op dat deze aanvankelijk tamelijk dicht langs de kust loopt. Halverwege de Pietermaaiweg worden de percelen aan de zeezijde dieper. Er ontstond in de 18de eeuw een lintbebouwing, waarbij vrijstaande huizen en rijen van twee of drie aan elkaar gebouwde huizen elkaar afwisselen. De percelen liepen veelal door tot aan de zee of het Waaigat. Tussen de huizen leiden vele stegen, soms wat breder, maar vaak ook tamelijk smal, eveneens naar het water. Langs de weg werden in de 18de en 19de eeuw huizen gebouwd op een traditionele Curaçaose plattegrond: een voorgalerij met daarachter een kern met zolder en soms een achtergalerij. Verder had men een combuis (keuken) en een aantal huizen had op het erf één of meer afdakken (eenvoudige woningen). Van de 18de eeuwse huizen is nog een enkel voorbeeld bewaard gebleven, zoals Pietermaaiweg 77. Andere 18de eeuwse huizen werden in de 19de eeuw verbouwd of uitgebreid. Daarvan getuigt Pietermaaiweg 39. Het in de 19de eeuw verbouwde huis heeft aan de westzijde nog een 18de eeuwse topgevel. Langs de stegen ontstonden kleinere woningen en rijen van meerdere afdakken (eenvoudige woningen). In de tweede helft van de 19de eeuw verschenen neoclassicistische stijlkenmerken in de architectuur van Curaçao. De belangrijkste kenmerken van deze stijl zijn een blokvormige bouwmassa, driehoekige frontons boven deuren en vensters, geprofileerde waterlijsten (lijst boven deuren en vensters) en gootlijsten, lisenen (verticale banden) op de hoeken en balkons op zuilen. Verder valt op dat men in de loop van de 19de eeuw op Pietermaai grotere huizen ging bouwen. Deze trent zette in de 20ste eeuw door. Ook gebeurde het wel dat men een lage woning met een verdieping verhoogde. Voorbeelden daarvan treft men aan op Pietermaaiweg 71-73-75 en bij Nieuwestraat 42-44. De huizen op Pietermaai werden gebouwd van breuksteen. Dit materiaal werd tot in de 20ste eeuw toegepast. Met de invoering van beton in de eerste decennia van de 20ste eeuw had men toeslagmateriaal nodig. Op Curaçao gebruikte men daar aanvankelijk vingerkoraal voor. Het werd onder andere toegepast bij Pietermaaiweg 33 t/m 37 en bij de verhoging met een verdieping van Pietermaaiweg 71-73-75. Vele huizen hadden vroeger een regenbak. Had men zelf geen regenbak, dan kocht men water bij een waterverkoper of van iemand in de buurt die over een grote regenbak beschikte. Ook is van twee huizen bekend dat er vroeger een broodbakoven bij hoorde. (dit sluit natuurlijk niet uit dat er destijds niet meer bakovens gestaan hebben op Pietermaai) Wanneer men zo dicht langs de kust woont als de bewoners van Pietermaai Smal, dan levert het orkaanseizoen wel enig risico op. Dat ondervond men onder andere op 23 en 24 september 1877. De orkaan die toen het eiland teisterde, heeft Pietermaai zwaar getroffen. Diverse huizen werden zeer beschadigd of weggevaagd. Onder andere de eerste huizen aan de zuidzijde van de weg vanaf de Theaterstraat naar het oosten zullen toen verdwenen zijn.
to top
Pietermaai heeft altijd een gemengde bevolking gehad. Scheepskapiteins en scheepseigenaren vestigden zich er al in de 18de eeuw. Verder woonden er zowel ambtenaren, kooplieden, ambachtslieden als ‘vrije negers’ en mestiezen (op Curacao: personen van [duidelijk] zichtbaar zowel Europees als Afrikaanse afkomst). Het moet een aangename buurt zijn geweest, zeker voor mensen die liever buiten de dichtbebouwde, bedompte binnenstad woonden. Ook in de 20ste eeuw was de buurt in trek. Een oudere buurtbewoner weet zich te herinneren hoe men vroeger aan het eind van de middag graag op balkon of terras voor het huis zat om de andere bewoners aan zich voorbij te zien trekken. In die tijd telde Pietermaai verschillende kleine winkeltjes, waar men allerhande kruidenierswaren kon kopen. Een geliefde winkel was die bij het Johan van Walbeeckplein waar men Hollandse produkten kon kopen. Er waren aan de Nieuwestraat enkele bedrijven gevestigd, zoals de consumptieijsfabriek van de familie Maduro, de bakkerijen van de families Moron en Mensing en de meubelmakerij van Cuales. Overlast door drugsverslaafden en daarmee samenhangende criminaliteit in de laatste decennia van de 20ste eeuw waren voor welgestelde bewoners van de buurt reden om naar elders te vertrekken. Pietermaai raakte in verval. De restauraties van de afgelopen jaren hebben nieuwe bewoners naar Pietermaai getrokken. Na grondig herstel werd een aantal panden in appartementen opgedeeld. Ook zijn er diverse kantoren gevestigd.
to top
Het beroemde Theater Naar stond indertijd bij het begin van Pietermaai Smal aan de Theaterstraat. Het was in de tweede helft van de 19de eeuw gesticht door Jacob J. Naar op een stuk grond met het oude nummer 62. Dit gebouw lag niet aan de Pietermaaiweg, maar een stuk naar achteren. Daar was een reden voor: de eigenaar van het aan de oostzijde gelegen pand (oud nummer 60, nu Pietermaaiweg 33-35-37, maar destijds één huis met bijgebouwen) wilde graag een vrij uitzicht op de stad houden. Er werd daarom in 1855 een erfdienstbaarheid gevestigd op grond waarvan niet zuidelijker mocht worden gebouwd dan de achtergevel van oud nummer 60. Nadat de stadsmuur gesloopt was, begon men het gebied tussen de stad en Pietermaai Smal te bebouwen. Het vrije uitzicht is daardoor vanzelf verdwenen. De erfdienstbaarheid bleef echter bestaan tot 1914. In dat jaar deed de toenmalige eigenaar afstand van zijn rechten uit de erfdienstbaarheid mits ter plaatse een theater gebouwd zou worden. Dat is ook gebeurd, maar pas in 1930-1931. Dat was het Roxytheater, een opvallend gebouw met ramen met hoefijzervormige bogen. Het is in 1982 afgebrand en helaas nooit herbouwd.
to top